| |
6.02.2012
-
Sneeuwwild
Onder mijn banden ruist en kraakt de sneeuw gedempt, een centimeter dik wit laken strekt zich voor me uit. Het is slechts door wat dieren met voeten getreden, hun sporen lopen hier en daar kriskras over de weg. Door het duister probeer ik ze in het licht van mijn hoofdlamp te zien, maar de kans is groot dat ze al tijden weg zijn.
Een trein richting Utrecht raast me voorbij, door de bevroren bovenleiding trekt hij tientallen meters een spoor van vonken. Ineens verschijnt de rest van het bos, bedekt in een dun laagje wit, maar geen wild in zicht. En zo snel als het bos verscheen, zo snel is het weer weg, en zie ik alleen nog maar het stukje wit fietspad in het licht van mijn hoofdlamp.
Dan springt er ineens een onvervalst konijn achter een boom vandaan, verschrikt staart hij in mijn lamp -de twee oplichtende stipjes blijven vlak boven de sneeuw zweven- en begint vervolgens als een gek van me vandaan te rennen. De weg van de minste weerstand die hij daar voor kiest is echter ook mijn weg van de minste weerstand: het fietspad. Tientallen meters rent hij voor me uit, en stukje bij beetje kom ik dichterbij. Vlak voor het moment dat mijn voorband zijn staartje zou kunnen raken springt hij tussen twee boompje door een hoopje sneeuw in en ploft in een sneeuwhoopje, om er volledig wit uit te verschijnen.
Met een klap merk ik dat ik de rand van het fietspad heb bereikt, razendsnel probeer ik mijn evenwicht te herstellen en terug te keren op het fietspad. Het lukt me zonder te vallen, maar het konijn ben ik kwijt.
Toegegeven, een konijn is geen groot wild, maar wild is wild. En dit wild komt vast thuis, volledig wit, met stoere verhalen.
|
|
Comments (
0
) :: Post A Comment!
:: Permanent Link
|
21.11.2011
-
De vooravond
27.07.2011
-
Don't look down
Terwijl naast me het water van de Maletsunyane waterval de diepte in raast, werk ik me met veel moeite over de rand, onder me bungelt 204 meter touw en dat moet ik over de stalen constructie tillen voor ik naar beneden kan. Ik moet nog even in de camera kijken en dan ga ik, maar niet voordat ze nog even "Don't look down" roepen.
Twee keer eerder ben ik naar Semonkong, diep in het binnenland van Lesotho, afgereisd om te abseilen, de eerste keer stond er te veel water in de rivier, waardoor je beneden niet meer veilig zou zijn, de tweede keer vond ik het te koud -het vroor- om eventueel nat te worden. Maar dit keer gaat het toch echt gebeuren. Vanochtend heb ik in een razend tempo de oefenabseil gedaan: drie keer oefenwandje van 25 meter af met verschillende oefeningen erin. Eén keer basis, één keer met extra gewicht en één keer je zelf 'locken' halverwege. Het oefenwandje heeft ook een overhang van een paar meter, want een stukje van de grote abseil is ook overhang, dan ben je maar alvast voorbereid.
Nog geen 5 meter lager dan waar ik de mannen (en het paard) heb achtergelaten verdwijnt ineens de rotswand onder mijn voeten vandaan. "Daar zal je het stukje overhang hebben", denk ik. Maar een lang touw onder je is toch anders dan een kort verzwaard touw, en onmiddellijk begin ik te draaien. Langzaam zie ik de waterval langstrekken en vervolgens kijk ik het ravijn door, om daarna de rotswand, buiten bereik, weer voorbij te zien trekken. Ik vraag me af hoe lang ik nog los van de wand, draaiend, moet dalen en kijk naar beneden...
...Krachtermen schieten te kort. Onder mij zie ik... niets.
Even ter vergelijking, de Dom van Utrecht is 112 meter hoog, terwijl de afstand tussen mij en de grond op dit moment zo'n 195 meter moet zijn geweest. Beneden in het hoefijzervormige ravijn komt de zon niet en het vele water heeft de stenen zwart gepolijst. De stroom water van de waterval verdwijnt in een dikke mist, en m'n touw verdwijnt, langs de rotswand, in diezelfde mist.
Nergens kan ik Johan, de Zuid Afrikaan die voor me naar beneden is gegaan, noch Jonathan en de mannen van de lodge in de diepte zien, terwijl ze daar toch ergens moeten zijn. Ik kijk omhoog en zie, luttele meters boven me, alleen het touw over de rand komen. Ik bungel moederziel alleen aan een touw boven een peilloze diepte, en de enige weg is naar beneden. Langzaam werk ik het touw door de 'rack' en begin te zakken. Af en toe kijk ik naar beneden, maar de bodem komt maar niet in zicht. Langzamerhand kan ik ook het punt waar het touw moet beginnen niet meer waarnemen.
Het draaien is gestopt en het enige wat ik zie is de rotswand die langzaam aan me voorbij trekt. Ondertussen komt hij wel dichterbij, dus ik besluit -om in te schatten wanneer ik hem ga raken- nog een keer omlaag te kijken en zie een (Afrikaanse) zwaluw een paar meter onder me voorbij schieten. Verder zijn wat grassprietjes te zien die tussen de, nu wat ruwer wordende, rotsen uitkomen. Even later krijg ik weer voeten aan de wand.
Meter voor meter inspecteer ik de wand, waar moet ik m'n voeten neerzetten, niet dat ik bang ben uit te glijden en te vallen -ik hang immers aan een touw- maar het maakt je tocht naar beneden stukken aangenamer als je niet voortdurend zijdelings tegen de rotsen klapt. De lokale flora verschilt behoorlijk met de hoogtemeters, bovenaan kale rotsen, vervolgens gras en naarmate er meer water van de waterval overgesproeid komt worden de planten ook groter. Halverwege staan zelfs planten waar je in een Nederlandse Vinex-wijk een kapvergunning voor zou moeten aanvragen, als je de behoefte had de wijk van het laatste stukje groen te ontdoen.
De eerste druppels water die ik over me heen krijg verwelkom ik, tegen die tijd was ik al zo'n 5 tot 10 minuten onderweg, en het is vermoeiend. Ik houd m'n gezicht richting de waterval en krijg een verfrissende golf van de mist mee. Een tiental meters later krijg ik echter, zonder erop geanticipeerd te hebben, een plens water over me heen, alsof iemand een emmer over me heen gooit. "Pech" denk ik. Maar het blijkt slechts een waarschuwing van de waterval. Ik ben inmiddels bij het gepolijste deel van de rotswand aangekomen, en de boel wordt behoorlijk glibberig. Ik zet m'n voeten verder uit elkaar en probeer me staande te houden, terwijl de waterval het water in een continue stroom over me heen gooit, de kracht van een stevige douche van flink formaat. Beneden kan ik met moeite het meertje in de mist ontwaren, elke keer als ik kijk krijg ik een plens water in m'n gezicht.
Na een kleine stap over een rotsblok zie ik onder me ineens iemand opduiken in een pak dat je bij een aflevering van "deadliest catch" zou verwachten, maar ik heb geen tijd meer om te kijken wie het is. De stroom water heeft extreme proporties aangenomen. Als ik de grond raak wordt ik een halve grot ingesleurd, waar ik -relatief veilig- ontkoppeld kan worden. Instructie kan ik niet horen boven het gebulder van de waterval maar door het water heen, dat overal heen lijkt te vliegen, begrijp ik uit de gebaren dat ik laag moet blijven, de stenen zullen wel glad zijn.
Eén stap de grot uit en ik merk dat het menens is, het lijkt nog veel erger dan toen ik net naar beneden zakte. Het is alsof je een wasmachine instapt op een hele koude was. Overal is water, en het komt ook nog eens overal vandaan, naar beneden kijken helpt niet en ademhalen moet tussen de golven door. Het ijskoude water snijdt aan m'n verkrampte handen en tijgerend over de gladde rotsblokken probeer ik de uitgang te vinden. Het maakt me niet meer uit waar ik m'n voeten, handen of knieën neerzet, veel natter kan ik toch niet worden. Ik zou zweren dat ik tot op m'n pancreas nat ben, wat een wasbeurt.
Uiteindelijk bereik ik drogere grond en moet ik in de camera kijken voor de 'I've done it' foto, maar weet eigenlijk nog niet wat onder en boven is. Ik stommel naar een plekje in de zon, probeer wat uit te rusten, op te drogen en op te warmen. We krijgen wat te drinken en even later moeten we weer aan de bak, we moeten de kloof weer uit klimmen, ruim 200 meter omhoog, een eitje.
|
|
Comments (
0
) :: Post A Comment!
:: Permanent Link
|
21.09.2010
-
De reizigerverschijning
Haar neus is zo scherp als een zeil van een bootje ver op een meer, niet groot, alleen vlijmscherp. Een lichte opwaartse buiging op het einde geeft het een nog iets dynamischer karakter. Sluik blond haar bedekt haar oren en een klein deel van haar lichte, door één, bijna clichématig, moedervlekje doorbroken, wang.
De kleur van haar jas, ongeveer het groen van het biljartlaken, steekt hard af bij haar blanke huid en donker paarse tasje. Daarnaast ook nog eens een spijkerbroek met welgeplaatste gaten geeft het geheel een sinistere aanblik. Ze zou makkelijk door kunnen gaan voor een fee die is gestopt met al het goede, zoals sommigen stoppen met roken; met weerzin tegen diegenen die niet stopten en een nog nog grotere weerzin tegen diegenen die nooit waren begonnen. Een blik onbegrepen te worden door de hele wereld.
In de ruit van de coupé is duidelijk te zien dat ze nergens naar kijk, haar ogen blijven roerloos vooruit staren terwijl Hollandse Rading aan haar voorbijraast. De witte doorschijnende weerspiegeling van haar gezicht zweeft een tiental centimeters buiten het raam in het halfduister met onze trein mee. De donkere ogen staren de trein terug in, afwezig, alsof ze nooit binnen zijn geweest.
Als ik Hilversum uitstap heeft ze nog steeds geen vin verroerd. Lopend over het perron naar mijn aansluitende trein vraag ik me af of ze er überhaupt heeft gezeten.
|
|
Comments (
0
) :: Post A Comment!
:: Permanent Link
|
9.09.2010
-
Een wondertje bij Soest
Een geruite rok tot op haar enkels, een witte blouse tot het bovenste knoopje dicht, een smal kettinkje met kruisje om haar nek en daarover een zwart jasje en een rode overjas. Emotieloze ogen bestuderen geduldig de inhoud van het Nederlands Dagblad. De Spits, Metro en Pers heeft ze van haar stoel verwijderd en op de stoel tegenover haar, naast mij, neergelegd. Bij ieder station kijk ze met priemende ogen veroordelend naar de vrouwen die in broek of kort(er) gerokt door het gangpad richting deur marcheren.
Hoe oud zou ze zijn, 60, ouder, of juist jonger? Ik durf niet te lang te kijken, bang slachtoffer te worden van haar ogen. De rimpels in haar gezicht verraden wel dat dit haar meest gebruikte blik is.
Vlak na Soest komt een man het gangpad door terwijl we net over een wissel rijden. Hij raakt uit evenwicht, probeert een stoel vast te pakken, mist, laat zijn tas vallen, maakt een draai om zijn as en komt op de stoel erachter terecht.
Het wonder geschiet, de rimpels in haar gezicht veranderen van patroon. Rond haar ooghoeken trekken ze samen, haar mondhoeken schieten omhoog en eromheen ontstaan halvemaan vormige rimpels. Voordat ze het zelf door heeft ontstaat er een glimlach, onvervalst en diep uit het hart, als de zon die in de woestijn opkomt, prachtig en plots warm. Als het besef een paar seconden later doordringt, verdwijnt de zonnige verschijning zo snel als hij opdook. Ze kijkt misschien nog wel ernstiger dan daarvoor, zich afvragend of ze hier later last van zal krijgen.
|
|
Comments (
0
) :: Post A Comment!
:: Permanent Link
|
|
|
|
About Me
Mijn blogje
Recent Posts
Menu
Calendar
« May 2012 »
| Mon | Tue | Wed | Thu | Fri | Sat | Sun |
| | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
| 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
| 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 |
| 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 |
| 28 | 29 | 30 | 31 | |
Friends
Links
Page
1 of 2
Last Page | Next Page
|
|